Met de aanleg van de kneuenbosschages wordt broedgelegenheid voor zangvogels gecreëerd. Dit draagt bij aan het herstel van de habitat van verschillende vogelsoorten als de kneu, geelgors, grasmus, patrijs, groenling, braamsluiper, heggemus en bosrietzanger. Door de herinrichting van de Veenkoloniën, de toegenomen grootschaligheid en de intensiteit van de landbouw, zijn in de loop der jaren veel kleine landschapelementen verdwenen. Juist deze kleine elementen, zoals verspreid liggend laag struweel, zijn bij uitstek de nestel-, broed- en zanglocaties voor vele zangvogelsoorten.
De aanleg van kneuenbosschages in een gebied dat door de aanwezigheid van faunaranden rijk is aan voedsel, biedt nieuwe nestel- en broedmogelijkheden en creëert zo een compleet habitat voor boerenlandvogels. ANOG draagt zorg voor werving, aansturing en begeleiding van het project.
De boeren in het gebied zorgen voor het aanplanten en het onderhoud van de bosschages.